
De gemeente heeft een prijs gekregen voor de toegankelijkheid van de WieWatWaar-gids. De wethouders... lees verder >
De gemeente heeft de kleine windmolen die in juli op de haven van Oudeschild is geplaatst, laten we... lees verder >
,,De mensen zeggen vaak: ‘we gaan naar Piet’. Dat gevoel heb ik zelf ook: ik móet er zijn. Behalve als ik moet volleyballen, want dat doe ik ook graag. De Rog is net een huiskamer, waar iedereen over de vloer komt. We wonen er boven, hier gebeurt het.
en soort kibboets, waar je alles samen doet. Mijn rol? Ik spring bij als het woest druk is, ben overal inzetbaar. Er is altijd wel wat. Ik laat graag m’n gezicht zien, ken zoveel mensen, probeer alles bij te houden. Wat dat betreft ben ik een echte Texelaar: heel nieuwsgierig. Ik wil precies weten wat er op het eiland gaande is.’’
,,Inderdaad, ik ben geen Hessel die zingt of Jonnie Boer met Michelin-sterren. Wat het dan wel is, dat mensen naar mij toe trekt? Tja, dat is er zo in gegroeid, het valt eigenlijk niet te omschrijven. Het was al zo op het strand, in paviljoen Paal 28, en nu lukt het weer. Ze zeggen wel eens: ‘als jij een hutje op de hei begint, gaat het ook lopen…’ Ben geen baas, werk zelf keihard mee. Ik doe niet aan uniformiteit, ben gewoon Piet. Liefst loop ik op blote voeten en in m’n trainingsbroek. Zo doe ik het al jaren. Niet omdat de mensen het mooi vinden, maar omdat het bij mij past. Maar ik doe het niet alleen. We hebben een enthousiast team en een lekkere sfeer. De mensen proeven dat. Het is gemoedelijk, je kunt hier makkelijk de zorgen van je af zetten. Dat gebeurt trouwens al op de boot, daar raak je de drukte van de Randstad kwijt.’’
,,Ik ben geboren en getogen in de hoofdstad – Den Burg dus – maar de noordpunt bevalt prima. Voor veel Texelaars is het ver weg, helemaal aan Cocksdorp. Op Texel zijn er natuurlijk helemaal geen afstanden, vanuit Den Burg is het amper tien minuten met de auto. In 1969 ging ik hier voor het eerst aan de slag, als schilder. In de zomer had ik baantjes in de horeca, zes tot acht weken. Jaaah, ik was ook nog speaker van de autocross. Van 1982 tot 1997 runde ik Paal 28, een fantastische tijd. Het paviljoen stond op de duinen, maar we moesten ‘m elk jaar weer afbreken. Meteen zijn we gaan onderhandelen met Staatsbosbeheer. In de jaren ’80 kreeg je de ontwikkeling van de noordkop, met de vakantiehuizen op De Krim en Sluftervallei. Daar wilden we in meegaan. Vroeger kon je in strandpaviljoens alleen een vette hap krijgen. Nu zijn het volwaardige horecabedrijven.’’
,,De Rog hebben we in 2001 gekocht, het was toen een gewoon dorpskroegje. Het was de bedoeling om het met z’n tweetjes te doen, maar dat liep al gauw uit de hand. We hebben de hele tent gestript en nu is het een goedlopende zaak, bekend op het hele eiland. Het floreert, mag ik wel zeggen. Alle weekenden zitten we op reservering vol. Dat is gewoon top. Mensen hebben alleen één nadeel: ze willen allemaal om zeven uur ’s avonds eten, en dat past niet… Gelukkig is de keuken tot laat open. Ja, ik heb het best naar m’n zin. Het leven is hier goed, de tafels en stoelen kun je nog gewoon op het terras laten staan. Nog een paar jaar zo doorgaan en dan zien we wel waar het schip strandt.’’